medicijn-centraal-logo

  • trainingen op maat
  • incompany of op locatie
  • vakbekwaamheid
  • persoonlijk contact, snel en flexibel

Antwoorden quiz IVStival HU

TEST UW KENNIS OP MEDICATIEVEILIGHEID

Alle vragen uit deze toets zijn gemaakt aan de hand van praktijksituaties die ik tijdens mijn werkzaamheden ben tegengekomen. Het zijn geen verzonnen of fictieve situatieschetsen.

  1. Een psycholoog behandelt een cliënt met ernstige verslavingsproblematiek. Hij heeft de huisarts nadrukkelijk verzocht hier zich niet mee te bemoeien. De psycholoog laat medicatie in Baxter op de praktijk bezorgen. vervolgens vraagt hij aan u elke morgen een dag-portie te halen en dat vervolgens thuis bij de cliënt toe te dienen. Mag de verpleegkundige dit uitvoeren?

Antwoord: nee

Het is de verpleegkundige/verzorgende in geen enkel geval toegestaan medicatie te transporteren naar de cliënt. Een behandelaar mag medicatie uitsluitend naar de praktijk laten komen om zelf toe te dienen aan de cliënt. De huisarts mag wel medicatie transporteren als dat noodzakelijk is. Daarnaast mag de huisarts een bevoegde en bekwame praktijkondersteuner op de praktijk verzoeken een toediening van medicatie uit te voeren.

2. Hoe is de volgorde van de regie-functie met betrekking tot de medicatie bij vraag 1 van hoog naar laag?
Psycholoog = 1 Huisarts = 2 verpleegkundige = 3 2-3-1

Antwoord: 3-3-1

Een psycholoog uit vraag 1 is niet bevoegd om welke handeling dan ook met medicatie uit te voeren. De psycholoog is daarom ernstig in overtreding door medicatie op zijn praktijk te laten bezorgen. De huisarts heeft altijd de centrale rol en kan door geen enkele behandelaar of zorgverlener buiten spel worden gezet. Hieruit volgt antwoord 2-3-1.

3. In een aantal verpleeghuizen waren veel incidenten met ontvangst van medicatie. Artsen en apothekers uit de omgeving hebben één procedure voor ontvangst van medicatie in alle zorgorganisaties gemaakt. Ook uw Raad van Bestuur heeft beloofd deze procedure onveranderd te gaan implementeren. Wat is de juiste actie van de EVV-er?

Antwoord: U gaat in overleg met uw leidinggevende

Rond medicatie hoort altijd een solide kwaliteitssysteem met duidelijke en goed geëvalueerde procedures aanwezig te zijn. In het geval van incidenten hoort er een serieus uitgevoerde MIC procedure te volgen. Uitkomst van de MIC procedure is dat een incident geen tweede maal op zal treden. Dat is de theorie die de verpleegkundige zo goed mogelijk moet benaderen. In het probleem neer gelegd in de vraag schijnt dat binnen een aantal organisaties in een bepaalde streek niet te lukken. Hulp aanbieden is altijd goed. Echter iedere organisatie heeft zijn eigen mogelijkheden en onmogelijkheden. Daarmee wil ik zeggen dat sommige risico’s door het opgezette systeem in de ene organisatie veel eerder op kunnen treden dan in het systeem van de andere organisatie. Dat kun je als buitenstaander niet zien. Het meest riskante is om als “beste stuurman aan wal” een procedure te schrijven die ongezien moet worden geïmplementeerd. Procedures moeten altijd zijn toegespitst op de eigen organisatie door een persoon die de organisatie goed kent. De procedure van de Raad van Bestuur zal via de directeur en leidinggevenden bij de EVV-er terecht komen omdat de EVV-er de verantwoordelijke is voor de procedures van medicijnontvangst. In dit voorbeeld schuilt nog een gevaar: artsen en apothekers denken nu dat iedereen hun procedure gaat gebruiken en zullen hiernaar gaan werken. Dat geeft u dus geen kans de procedure aan te passen omdat hij dan niet meer aansluit aan de verwachtingen. De EVV-er moet in dit geval de wijze van totstandkoming van de procedure afkeuren. De EVV-er moet hier met de leidinggevende over praten. Artsen en apothekers hadden in zeer nauw overleg met de betrokken EVV-ers een procedure moeten maken. Dat proces moet dus opnieuw worden gestart.

4. Welke partij(en) was/waren in de vorige vraag in overtreding?

Antwoord: Alle partijen

Zie commentaar vraag 3. Hieruit zal duidelijk zijn dat alle partijen in overtreding zijn. Procedures worden uitsluitend opgesteld in nauw overleg met de verantwoordelijken voor een proces, die ook dat proces met al zijn sterkten en zwaktes kent.

5. In een verpleeghuis maakt een cliënt een ernstige hypoglycaemie door. De huisarts vraagt om een Glucagon injectie. De enige Glucagon injectie zit op de laatste dag van de houdbaarheidstermijn. Wat doet u in ieder geval?

Antwoord: MIC starten

De Glucagon injectie is nog goed, dus kan zondermeer worden gebruikt. Aan de andere kant kunnen we hier stellen dat de organisatie door het oog van de naald gaat. Hier schort duidelijk iets aan het vervaldatum-beleid. Ook het verweer “de apotheek zou gepland de volgende dag een nieuwe Glucagon injectie leveren” gaat hier niet op. Dergelijke “laatste-minuut-risico’s” worden in een medicijnomgeving niet procedureel ingebouwd. Daar gaan wij voor zekerheid. In de laatste maand van de houdbaarheid had er al een nieuwe Glucagon injectie met langere houdbaarheid aanwezig moeten zijn. Dit is een ernstige situatie die nooit voor mag komen; zeker niet met een noodmiddel. Daarom in ieder geval een MIC die leidt tot voorkoming van het weer optreden van deze situatie.

6. Bij uw zwaar dementerende cliënt ook lijdende aan Diabetes voert de echtgenoot altijd de tweede controle uit van de insuline dosering voor de gift. Op een avond is uw cliënt alleen. De echtgenoot zal pas uren later thuiskomen. U kunt geen hulp inroepen van collegae. Welke actie(s) moet(en) ondernomen worden. Meerdere antwoorden mogelijk? Kruis die dan allemaal aan.

Antwoord: U geeft de insuline U documenteert het voorval in het zorgdossier en U start een MIC

Hier staat u voor een zeer groot dilemma. Strikt genomen mag de insuline niet worden gegeven. Dat is geen optie. De insuline afhankelijke diabeet moet de insuline strikt volgens voorschrift krijgen. U moet kiezen tussen twee kwaden en de minst gezondheid schadende is in dit geval zonder tweede controle geven. Dit documenteert u in het zorgdossier en u start de MIC om opnieuw optreden van deze situatie te voorkomen. Dit laatste is onmogelijk. Op een dag zal de mantelzorger ooit wel eens verhinderd zijn. Als u niet over voldoende elektronische instrumenten beschikt om de dubbele controle op afstand te doen, dan moet de uitkomst van de MIC worden dat u met de mantelzorger en cliënt de risico’s bespreekt van alleen insuline toedienen zonder de wettelijke verplichte dubbele controle. In de zorgovereenkomst moet komen te staan dat u van de thuissituatie toestemming hebt om in de zeer, maar dan ook zeer, zeldzame momenten dat u alleen aanwezig bent ook toestemming hebt alleen insuline toe te dienen. Documenteer iedere keer goed en zorg dat deze momenten uiterst zeldzaam zijn en blijven. Anders dient u opnieuw een MIC te starten.

7. Een medewerker helpende niveau 2+heeft zich gekwalificeerd om met medicatie te werken. Een dementerende cliënt spuugt een tablet uit. De helpende niveau 2+komt met de apotheek overeen om de tablet te vervangen door dezelfde tablet uit het laatste Baxterzakje. Apotheek zegt toe een nieuwe tablet op tijd te leveren. Wie is verantwoordelijk om deze tijdige levering te controleren in deze organisatie?

Antwoord: De EVV-er

Allereerst moet ik meedelen dat het geven van een tablet uit een ander baxterzakje geen juiste handelswijze is. Deze handelswijze moet eigenlijk worden afgekeurd. Echter ik moet concluderen dat het in praktijk nogal eens voorkomt en daarom deze praktijkvraag.
De apotheek heeft natuurlijk de verplichting op tijd te leveren. Er kan echter altijd iets fout gaan al is het maar met een kans 1 op 10.000. In de organisatie moet iemand er daarom op worden toegezien dat de tablet ook daadwerkelijk op tijd aankomt. In geval van uitzonderingen in omgang met medicatie is er altijd een aanwijsbaar persoon verantwoordelijk om de uitzondering te begeleiden. Indien deze persoon in het proces niet in staat is de taak volledig te begeleiden, dan draagt die persoon de taak zelf over aan een collega. De helpende niveau 2+kan zeer bekwaam zijn maar is nooit bevoegd. De bevoegdheid komt van de EVV-er die de niveau 2+persoon heeft laten kwalificeren. Dat houdt in dat de helpende niveau 2+nooit verantwoordelijkheden kan dragen binnen het medicatiebeleid. In dit geval is dus de EVV-er de verantwoordelijke om te controleren of de correcte levering daadwerkelijk plaatsvindt.

8. U valt in voor een collega. U geeft uw cliënt uit de nieuwe Baxterrol de twee witte tabletten, die moeten worden ingenomen. Uw licht dementerende cliënt zegt dat hij altijd een witte en een gele tablet krijgt. Medicatieoverzicht, deellijst en Baxterzakje zijn in overeenstemming. Wat is uw eerste actie?

Antwoord: U kijkt na of er recent wijzigingen zijn geweest

De casus in deze vraag is kenmerkend voor een situatie waar zaken fout kunnen gaan. U valt in en bent niet vertrouwd met de omgeving. Een nieuwe baxterrol kan aanleiding zijn tot de eerste wijziging. Uw cliënt, bekend met vergeetachtigheid, kan onbetrouwbare informatie geven. De opmerking over de kleur van de tabletten moet u zeker in deze situatie serieus nemen. U kunt niet bouwen op uw geheugen omdat u nooit of sporadisch bij deze cliënt komt. Uw eerste referentie is dan altijd het zorgdossier om na te gaan of er iets is gewijzigd in de afgelopen week.

9. Een breekampul bevat twee te injecteren doses voor uw cliënt. De arts verzoekt u de ampulinhoud over twee injectiespuiten te verdelen. Eén dosis wordt meteen gegeven. De andere dosis in de injectiespuit moet u voorzien van een sticker met naam etc. en bewaren in de koelkast. Deze injectie moet u de volgende dag geven. Uitvoeringsverzoek is aanwezig. Mag dit?

Antwoord: Nee

Een injectiespuit is een instrument waarmee een steriele vloeistof kan worden toegediend aan een patiënt. Het is geen gevalideerde bewaarcontainer. Uitzonderingen zijn de semi-industrieel bereide methotrexaat injecties. Deze worden geleverd in de spuit maar daar is voor die injectie goed onderzoek naar gedaan. De oncolytica in spuit bereid in de ziekenhuizen worden zeer korte tijd voor de injectie aangemaakt. De bewaartijd in spuit is hier zeer sterk gelimiteerd. Het vullen van een injectiespuit om deze vervolgens te bewaren is een ompak actie voor geneesmiddelen. Ompak acties voor medicatie zijn voorbehouden aan omgevingen met farmaceutisch toezicht. Dit geldt ook voor aanbrengen van etiketten op medicatie containers.

10. U start zorg bij een erg oude cliënt met een zeer kwetsbare gezondheidstoestand. Bij eerste zorg wordt u geconfronteerd met een lang bestaande uitgebreide alternatieve therapie inclusief veel geneesmiddelgiften naast de huisartszorg. De huisarts is niet op de hoogte. U bent nietverantwoordelijk voor de medicatie. Wat moet u in ieder geval doen?

Antwoord: Huisarts informeren

Het zal de ervaren thuiszorgers onder u bekend zijn dat bij het betreden van de privé omgeving allerlei eigen gewoontes en gebruiken aan de oppervlakte kunnen komen. Men dient dit met respect te bejegenen. In de casus van deze vraag treft u een cliënt aan met een kwetsbare gezondheid. Vervolgens blijkt dat deze cliënt ook nog eens allerlei onbekende preparaten krijgt toegediend. Dit is een aandachtspunt. Het komt vaak voor dat middelen voorgeschreven door alternatieve genezers toch een redelijk sterke en ook onvoorspelbare werking hebben. Veel alternatieve voorschrijvers zijn namelijk niet bevoegd en bekwaam voor de wet en worden daarom geacht het medisch vak niet verantwoord uit te kunnen voeren. Daarnaast is de huisarts de centrale persoon. U dient in de eerste plaats de huisarts op de hoogte te stellen van deze voor hem/haar onbekende maar wel belangrijke situatie. Uw beroepsgeheim weerhoudt u daar niet van. Ook in dit geval waarbij u geen enkele verantwoordelijkheid draagt bij deze cliënt voor de medicatie toediening. Artsen, apothekers, verpleegkundigen en verzorgenden zijn verplicht ongevraagd informatie te verstrekken indien zij situaties waarnemen die de gezondheid van hun cliënt nadelig kunnen beïnvloeden.

keurmerk kwaliteitsregister